Pedagoog; durf te spelen!

Tweedaags Kennisfestival over pedagogiek 

Pedagoog; durf te spelen!

Vraag kinderen waarom ze spelen en ze zullen antwoorden: “Gewoon, omdat dat leuk is.” Een wijs antwoord. Juist het leuke aan spelen, waarin de bezigheid zelf belangrijker is dan het resultaat van die bezigheid, is de essentie van spelen en maakt dat het van grote waarde is in de ontwikkeling en het welzijn van kinderen en jongeren. En spelen is inderdaad gewoon: het is kinderen eigen. 

Maar is spelen nog wel zo gewoon voor kinderen die in de huidige samenleving opgroeien? Is er nog voldoende ruimte om te spelen in een samenleving waarin prestatiegerichtheid, de maakbaarheidsgedachte,  je veelvuldig moeten meten in toetsen en competities groot goed lijken te zijn? Professor Sutton-Smith noemde ooit dat niet vervelen maar depressie het tegenovergestelde van spelen is. Laten we onze kinderen wel voldoende spelen en durven we zelf nog te spelen?

Spel kan motivatie vergroten. Met behulp van creatieve (onderwijs)werkvormen worden leerdoelen behaald. Serious gaming, het creatief inzetten van media technologie, biedt mogelijkheden om verandering en verdieping te bewerkstelligen. Ook in vormen van theater, muziek, beeldende kunst, dans, sport en beweging worden waardevolle ervaringen opgedaan.

Op dit kennisfestival dagen we u uit om op speelse en creatieve wijze te laten zien en te ervaren hoe het onderzoek en onderwijs op de verschillende hogescholen er toe bijdragen dat kinderen en jongeren, ouders en (onderwijs)professionals letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen om te spelen. Pedagoog, durf te spelen! 

 

Congres

Tweedaags VBSP Kennisfestival

Datum

07 & 08 oktober 2019

Locatie

Bilderberg Hotel ’t Speulderbos – Garderen

Programma

Dag 1 (07 oktober 2019)

09.00 – 10.00 Ontvangst en registratie
10.00 – 10.05 Opening voorzitter
10.05 – 11.15 Keynote spreker I – Kinderombudsman Margrite Kalverboer
11.15 – 11.35 Koffiepauze en netwerkvloer
11.35 – 12.45 Keynote spreker II – Prof. dr. Gert Biesta
12.45 – 13.45 Lunch
13.45 – 16.45 Kennisfestival
16.45 – 18.00 Borrel en netwerkvloer
18.00 – 21.30 Diner

Tijdens het congresdiner wordt de Scriptieprijs 2019 uitgereikt

Dag 2 (08 oktober 2019)

08.30 – 09.00 Ontvangst en registratie (deelnemers dag 2)
09.00 – 09.15 Opening en reflectie dag 1
09.15 – 10.15 Keynote spreker III
10.15 – 10.35 Koffiepauze en netwerkvloer
10.35 – 14.30 Kennisfestival
15.00 Einde VBSP Kennisfestival 2019

Sprekers

Margrite Kalverboer
Kinderombudsman

De Kinderombudsman controleert of de kinderrechten in Nederland worden nageleefd door de overheid, maar ook in het onderwijs, de kinderopvang, jeugdzorg en de gezondheidszorg. De Kinderombudsman adviseert het parlement en organisaties en maakt mensen bewust van de kinderrechten. Op die manier verbetert hij de positie van kinderen en jongeren in Nederland. De Kinderombudsman adviseert kinderen en jongeren over manieren waarop ze voor hun rechten kunnen opkomen.

Professor Gert Biesta
Professor of Public Education
Prof.dr. Gert Biesta (1957, Rotterdam) is onderwijspedagoog en hoogleraar ‘Public Education’ bij het ‘Centre for Public Education and Pedagogy’ van Maynooth University in Ierland en gasthoogleraar Pedagogiek aan het NLA University College in Noorwegen. Hij is internationaal erkend specialist op het gebied van pedagogiek en was tussen 2015 en 2019 ook geassocieerd lid van de Onderwijsraad in Nederland. Met een aantal publicaties (onder meer: De terugkeer van het lesgevenHet Prachtige Risico van OnderwijsHet leren voorbijGoed onderwijs en de cultuur van het meten) heeft hij het gesprek over goed onderwijs van nieuwe input en pedagogische vragen voorzien.
Bruno Vanobbergen
Pedagoog
Bruno Vanobbergen (1972) is een Belgisch pedagoog, algemeen directeur van het Vlaamse Agentschap Opgroeien en voormalig Vlaamse kinderrechtencommissaris In 2003 behaalde Vanobbergen het diploma van doctor in de pedagogische wetenschappen met het proefschrift Geen Kinderspel. Een pedagogische analyse van de vertogen over de commercialisering van de leefwereld van kinderen. Momenteel is hij gastprofessor aan de vakgroep sociaal werk en sociale pedagogiek van de Universiteit Gent. In de periode 2006-2007 was hij docent interculturele pedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 2 juni 2009 werd Vanobbergen door het Vlaams Parlement benoemd tot kinderrechtencommissaris. Hij volgde Ankie Vandekerckhove op, die elf jaar in functie was geweest. Het Kinderrechtencommissariaat werd opgericht door het Vlaams Parlement, bij decreet in 1997. Bedoeling was het publiek vertrouwd te maken met het internationaal verdrag van de kinderrechten en het toezicht op de naleving hiervan. In maart 2019 werd Vanobbergen algemeen directeur van het Vlaamse Agentschap Opgroeien, dat kort ervoor ontstond als fusie van Kind en Gezin en Jongerenwelzijn. Vanobbergen werd er hoofd van de afdeling Jongerenwelzijn. Als kinderrechtencommissaris werd hij opgevolgd door Caroline Vrijens. Begin 2019 kreeg hij een eredoctoraat aan de UHasselt Op 1 maart 2019 ontving hij de award Move tegen Pesten.

Workshops

Dag 1

Van toegevoegde waarde
13:45 - 14:45 uur

MSc. Henrieke Hoogendijk
Driestar-Educatief

Burgerschapsvorming is in. Scholen schrijven plannen en bedenken op welke manieren zij gestalte geven aan de vorming van de toekomstige burgers op hun school. Het centraal stellen van waarden in de klas, is hierbij een mooie invalshoek. In het schooljaar 2017-2018 voerde Driestar onderzoekscentrum een praktijkonderzoek uit op tien Veluwse basisscholen met als hoofdvraag: Hoe kun je waarden overdragen in de klas? In dit onderzoek werden zeven didactische werkvormen uitgeprobeerd en geëvalueerd. De werkvormen zijn gebaseerd op de theorie rond karaktervorming en identiteitsvorming. Het gemeenschappelijke kenmerk van deze werkvormen is dat ze de leerling in beweging zetten. De leerling krijgt de ruimte om de waarden te ervaren, te oefenen en te overwegen – aspecten die nodig zijn om te komen tot het verinnerlijken van een waarde.

De scholen en leerkrachten uit het praktijkonderzoek waren enthousiast over het instrumentarium dat ze uitprobeerden in de klas; ze deelden inspirerende lesideeën en vertelden over waarde(n)volle vormingsmomenten in het lokaal. Daarom is er ook een boekje verschenen over de werkvormen en het concept waardenonderwijs: Van toegevoegde waarde! Tijdens de workshop staan theorie én praktijk centraal. Je wordt ondergedompeld in twee werkvormen en leert over de theoretische basis achter deze werkvormen. Natuurlijk worden er ook inspirerende lesideeën gedeeld. Het zelfbeheersingsspel bijvoorbeeld. Nieuwsgierig? Welkom!

Pedagogen, durf in te spelen op geluk van kinderen!
13:45 - 14:45 uur

MSc. Jeroen Pouw
Fontys Hogeschool Pedagogiek

Uit het verkennend onderzoek van het Lectoraat Opvoeden voor de Toekomst (Fontys Hogeschool Pedagogiek) is gebleken dat in onze prestatiesamenleving welzijn en geluk van kinderen en jongeren onder druk staat. Hoewel ouders graag willen dat hun kinderen ‘het gaan maken’ rapporteren zij dat het allerbelangrijkste doel van de opvoeding is, dat hun kinderen gelukkig opgroeien.

Pedagogen vinden over het algemeen geluk als opvoedingsdoel niet zo interessant omdat dit te hedonistisch zou zijn. Wat er echter voor ouders onder ligt is des te interessanter. Hoe voeden we kinderen op tot geluk, is een waarden geladen vraag. Opvoedingsdoelen liggen minder vast dan vroeger. Een mogelijke verklaring hiervoor is de ‘vloeibare samenleving’, zoals de socioloog Bauman dat noemt. Hieronder verstaat hij dat de samenleving zo snel verandert, dat mensen waarden en normen, vaardigheden en socialisaties zich minder eigen kunnen maken. Dit roept vragen op over welke keuzes ouders maken in het overdragen van waarden. Een andere vraag is welke moraal of levensbeschouwing ouders mee willen geven aan hun kinderen.
Voorbeelden van uitingen van geluk als opvoedingsdoel in een prestatiesamenleving zijn het streven naar succesvolle kinderen en zo min mogelijk tegenspoed. Hierdoor komt onder andere ook het vrije spel onder druk te staan. Kinderen moeten op verschillende sporten, muziekinstrumenten bespelen en het liefst zo hoog mogelijke cijfers halen. Door deze drang naar succes lijkt er geen ruimte voor kinderen om vrij en spontaan te spelen, terwijl door spel kinderen juist waarden en normen leren. Spelen draagt daarmee bij aan de opvoeding, en daarmee aan het schenken van een zinvol en gelukkig leven aan kinderen.
De uitspraak ‘ik wil dat mijn kind gelukkig wordt’, bevat dus vele lagen en heeft vele betekenissen. In de workshop wil ik door middel van een waardenspel de diepte in over wat ouders verstaan onder een gelukkig leven voor hun kinderen en welke betekenis spel hierbij kan hebben.

Stiefsystemen
13:45 - 15:15 uur

Master Magda Hengst
NHL Stenden Hogeschool Leeuwarden

Het aantal samengestelde gezinnen in Nederland neemt toe. Stellen die starten met een samengesteld gezin ervaren gedurende de eerste jaren dat de dynamiek in een dergelijk gezin erg verschilt van een kerngezin. Als we deze stellen vragen wát de dynamiek zo anders maakt, blijkt dat men er over het algemeen moeilijk woorden aan kan geven. “Het is zo ingewikkeld”, “ik heb het gevoel op een evenwichtsbalk te lopen”, “het geeft zoveel onrust” en “ik mis het thuisgevoel” zijn veelgehoorde uitingen. Er wordt vaak een continue spanning ervaren en de vraag “wanneer wordt het weer gewoon” houdt velen bezig.

Op het moment dat een buitenstaander aangeeft “Je wist toch waar je aan begon” voelt men zich niet begrepen en kan het gevoel van frustratie hoog oplopen.
In trainingen aan hulpverleners betreffende het werken in samengestelde gezinnen zocht Magda Hengst naar een werkvorm waarbij ze in staat was de dynamiek in samengestelde gezinnen over te brengen. Ze zocht naar een ervaringsoefening waarbij bovenstaande uitingen voelbaar werden voor de hulpverleners.

Na een aantal brainstorm-sessies met ervaringsdeskundigen ontwikkelde ze een lintenoefening waarbij in eerste instantie een kerngezin wordt opgesteld.
Vervolgens zien we hoe een samengesteld gezin wordt gevormd en we ontdekken met name het effect op de positie van de kinderen in het systeem. We kunnen ervaren wat o.a. loyaliteitsconflicten en rouw voor gevolgen hebben op het gedrag van de kinderen. Daarnaast zien we hoe ouders en stiefverzorgers verstrikt kunnen raken in het geheel en door de bomen het bos niet meer zien.
De bedoeling van de oefening is hulpverleners (maar ook andere belangstellenden) te laten ervaren waar behoeften van stiefsysteem-leden (met name) liggen en zo te ontdekken op welke wijze de leden van een stiefsysteem ondersteund kunnen worden in het functioneren binnen het stiefsysteem.
Deze ondersteuning blijkt vaak essentieel voor de leden binnen het stiefsysteem zodat ze uiteindelijk kunnen beamen dat er inderdaad gesproken kan worden van een leerplaats van de liefde. Dat het een plek is waar in verbondenheid de pijn van gebrokenheid tot nieuw vertrouwen kan uitgroeien. Een secure base van waaruit kinderen met (hernieuwd) zelfvertrouwen de wereld in kunnen trekken

Ik heb nog wel wat mooie idealen, wie ze hebben wil die mag ze komen halen
13:45 - 14:45 uur

MSc. Elly van der Gouwe
Driestar-Educatief

“Maar ik heb nog wel wat mooie idealen, goed van snit hoewel ze uit de mode zijn
Wie ze hebben wil die mag ze komen halen, vooral jonge mensen vinden ze nog fijn”
(Testament – Boudewijn de Groot)

Werkplaats-leren is een belangrijk onderdeel van het programma Hbo-Pedagogiek van Driestar-Educatief.

In de Werkplaats gaan we op zoek naar de betekenis, vorming en vormgeving van opvoedingsidealen. Hoe kunnen wij opvoeders begeleiden in het bereiken van hun opvoedingsidealen? We verdiepen en verbreden dit thema in de richting van karaktervorming en/of opvoedingsbetrokkenen.

In een Werkplaats werken wij ook aan onze persoonlijke ontwikkeling in relatie tot onze (aanstaande) functie. We denken na over vragen als: Hoe sta ik als persoon in mijn werk? Weet ik waar ik écht goed in bent? Weet ik hoe ik die kwaliteiten in kan zetten en uit kunt bouwen?

Een onderdeel van werkplaats-leren is dat we met elkaar een doelgericht spel ontwikkelen dat in de beroepspraktijk ingezet kan worden.
Één van de spelen die we hebben ontwikkeld is voor de doelgroep (basisschool)kinderen die kunnen lezen. Kinderen kunnen het spel zelfstandig spelen, het is voor volwassenen heel waardevol om het samen met kinderen te spelen. Door middel van het spel ontstaat een laagdrempelige manier om met kinderen in gesprek te komen over emoties, over leuke dingen en vooral ook over moeilijke dingen. Dat volwassenen in gesprek komen met kinderen is het uiteindelijke grote doel. Minstens zo waardevol is dat kinderen, aan de hand van het spel, met elkaar in gesprek raken over emoties, leuke en moeilijke dingen.
Het spel is door een kindertijdschrift opgenomen in een themanummer, dat handelt over ‘omgaan met tegenslag en trauma’. Dit worden ‘stenen op de weg’ genoemd. Bij het spel is ook een bijlage gevoegd voor volwassenen waarin zij uitleg krijgen over deze onderwerpen bij hun kinderen en hunzelf. Het is dus niet alleen voor ouders en hun kinderen. Het is ook goed te gebruiken door volwassenen, bijv. een buurman, een tante of de juf, enzovoorts.
Graag presenteren wij in onze spelerij meerdere spelen en creatieve werkvormen die we hebben ontwikkeld.

De spelen zijn zo ontwikkeld dat ze anders, creatief, verbeeldend, stimulerend en minder verbaal, bijdragen aan het werken aan opvoedingsidealen. Ze zijn te gebruiken door opvoeders, betrokkenen en/of professionals.

Het ontwikkelen van de spelen leverde niet alleen op een verrijkende manier een bijdrage aan onze persoonlijke ontwikkeling, ze dragen ook bij tot het goede gesprek van en met opvoeders.

En dit laten we u graag meebeleven.

Next level : de digitaal spelende mens
14:00 - 14:45

Ing. / B. Sc. Sjaak Jacobse
Driestar-Educatief

 

Is de tiener van nu de verpersoonlijking van de spelende mens, de homo ludens, zoals Huizinga die in 1938 beschreef? Dán staat het er goed voor: immers: zonder ruimte om te spelen: geen creativiteit, kunst, wetenschap en cultuur. Kinderen hebben meer vrije tijd dan ooit en mogelijkheden om spelenderwijs te ontdekken. Hun ‘digitale lebensraum’ zit vol met. Sociale media en veel games die kinderen online spelen lijken op digitale speeltuinen die uitdagen om gespeeld te worden en spelenderwijs nieuw gedrag te oefenen. Is de nu opgroeiende homo ludens digital daarmee gelukkiger, creatiever en meer kunstzinnig dan ooit?

Durf te spelen! Welke mogelijkheid bieden virtual reality en serious gaming in complexe opvoedsituaties? Op welke manier kun je deze technieken goed inzetten? Past een VR-bril is je ‘gereedschapskist’ als pedagoog? Ontdek het tijdens de workshop / presentatie. Op een laagdrempelige manier gaan we met elkaar de potentie van ‘gaming’ na. Hoe dichtbij kun je komen als het gaat om cyberpesten? Heeft deze manier van serious gaming de voorkeur boven andere interventies?
Hier komen we op een tweede thema: hoe sta je als pedagoog tegenover gaming / virtual reality? Wat kom je tegen in de opvoedpraktijk? In hoeverre vormt dit je beeld? Samen gaan we ook de vraag beantwoorden hoe gelukkig de ‘homo ludens digital’ is. Wanneer is er sprake van gezond explorerend gedrag en wanneer is er sprake van verslavingskenmerken? Inzicht in de wijze waarop games ontwikkelt worden, de neuromarketingregels die hierin toegepast worden, helpen om te begrijpen waarop games (en social media) een grote impact hebben. Wanneer is er sprake van positieve impact en wanneer van negatieve impact?

Spelenderwijs gaan we tijdens deze workshop / presentatie bovenstaande vragen en thema’s verkennen. Aan het eind van de workshop weet u wat serious gaming en virtual reality kunnen toevoegen aan het arsenaal van de pedagogisch medewerker, docent of opvoeder, maar ook waar de pijnpunten liggen als het gaat om gameverslaving, virtualisatie-technieken.

Kan muziek de wereld (van pedagogie) redden?
13:45 - 15:15 uur

Mijnheer  Maurits Wysmans
UCLL – Sociale Readaptatie wetenschappen

Kinderen opvoeden is heel leuk en boeiend maar niet altijd even gemakkelijk. Wat mag een kind wel, wat niet? In deze lezing wordt de vraag gesteld of kinderen vandaag anders zijn dan vroeger en of ouders, opvoeders en leerkrachten vandaag anders zijn dan vroeger. En zijn er nog wel kinderen zonder problemen? Neemt het aantal kinderen met gedrags- en/of emotionele problemen effectief toe ? Of zien ouders, opvoeders en leerkrachten vandaag meer problemen ? En wat is dat dan ‘opvoeden’ ? En hoe zit het met die relatie ouders-kinderen ? Doe/deed ik het wel goed ? En wat met vaders ? …

De zoveelste workshop over dit thema ? Neen, want heel toevallig ontdekt de auteur dat er een soort synergie loopt tussen de evolutie van het denken over opvoeding en onze muziek ( vnl. rock) geschiedenis. Bij een analyse van de songteksten lijkt er een verband te bestaan tussen de geschiedenis van het pedagogisch denken en de muziek. M.a. w. wat we vandaag denken over opvoeden, zouden we ook kunnen te weten komen na een analyse van een aantal songteksten. Maar is dat wel zo?

Deze workshop zal bestaan uit een afwisseling tussen enkele muziekfragmenten en enkele inzichten over opvoeden. Het wordt een speelse, humoristische , blije , versassende maar soms ook wat melancholische workshop /presentatie .
Tijdens deze ‘workshop’ mogen de deelnemers achterover leunen, meedenken over enkele uitspraken of wegdromen bij enkele muziekfragmenten.
For what it’s worth …

Ruimte voor spelen: participatie en inclusie van jeugdigen
15:15 - 16:45 uur

Dr. Joos Meesters
Dr. Astrid Kemper
Opleiding pedagogiek, werkplaats Jeugd & Samenleving

Hoe kunnen jeugdigen betrokken worden bij ruimte voor spelen? En wat is de rol van pedagoog hierbij?

Entrea Jeugdzorg
Entrea is er voor kinderen en jongeren van 0 tot 18 + jaar en hun gezin, bij complexe vragen op het gebied van opgroeien, opvoeden en ontwikkeling. Het buitenterrein in Hengstdal is ingericht op kinderen in de leeftijd van 8-12 jaar. Het aantal kinderen, de problematiek en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van dit terrein, zijn de afgelopen jaren veranderd. Het terrein past niet meer voldoende bij de vraag die er is en veel van de speeltoestellen zijn aan vervanging toe.

Basisschool de Lanteerne
De Lanteerne heeft een regulier speelplein. Het huidige speelplein voldoet niet meer aan de verwachtingen van de kinderen, wijkbewoners en docenten. De Lanteerne wil daarom het huidige schoolplein omvormen tot een uitdagend en prikkelend wereldplein. Het dient een plek te zijn waarin outdoor learning van pas komt. Daarnaast heeft de school de wens om verbinding te leggen met ouders, professionals en de wijk.

Wat is de rol van de pedagoog is in dit soort projecten? De opleiding Pedagogiek van de HAN wil van maatschappelijke meerwaarde zijn voor concrete projecten in Nijmegen en de regio ten aanzien van jeugd en samenleving. We richten ons op het bijdragen aan het realiseren van een positief opvoedklimaat en willen participatie en inclusie en interprofessioneel leren en werken bevorderen. Uitgaan van de leefwereld van jeugdigen en met hen samenwerken is hierbij het uitgangspunt. In deze workshop gaan we samen aan de slag met de vraag hoe je participatie en inclusie van jeugdigen kunt bevorderen.

Onderwijs als een creatieve ruimte voor studenten?
15:15 - 16:45 uur

MSc. Pieter Boshuizen
Haagse Hogeschool

Veel pedagogen benadrukken het belang van vrij spel en creativiteit voor kinderen. Wanneer je kinderen een tekening van een bloem wilt laten maken, vertel je het kind niet tot in detail hoe groot de bloem moet zijn, hoeveel blaadjes er aan de steel moeten zitten en welke kleur er gebruikt moet worden. De opvoeder moet dan een stuk controle loslaten, maar juist door het kind vrij te laten, komt er ruimte voor een eigen inbreng en kan het kind zich het onderwijsproces toe-eigenen.

Bij kinderen is die manier van denken wellicht gemeengoed, maar bij de benadering van studenten lijkt het opeens veel lastiger te zijn een speelse ruimte te scheppen voor creativiteit. In de inrichting van ons onderwijs, hebben we uiteindelijk sterk de neiging om toe te werken naar duidelijk helder geformuleerde beoordelingscriteria en controle over het onderwijsproces. De eigen inbreng van de student is natuurlijk belangrijk, maar moet wel duidelijk afgestemd binnen de conceptuele kaders en met een concreet leerdoel voor ogen. In wezen doen wij als docenten precies wat wij de opvoeders afraden, we richten ons onderwijs op zo’n manier in, dat we controle houden over het gehele proces, ten koste van de ruimte voor een eigen inbreng van studenten.
Tijdens deze bijeenkomst zal de vraag centraal staan hoe wij (weer) ruimte kunnen scheppen voor een eigen inbreng van studenten en wat wij kunnen leren van diezelfde zoektocht bij jonge kinderen. Wat vraag het van ons als docenten om de opleiding een plek te laten zijn waarin een speelse ruimte is voor creativiteit, die bijdraagt aan de professionele vorming van studenten? En welke ervaring is er al bij de verschillende pedagogiek opleidingen in Nederland?

''Help, mijn theewater probeert mij iets te vertellen!''
15:15 - 16:15 uur

Drs. Hanske Douwenga
Hogeschooldocent/ Onderzoeker lectoraat Jeugd

“ Help, mijn theewater probeert mij iets te vertellen!”

In Nederland heeft iedere professional sinds 2019 de verplichting de meldcode toe te passen bij een vermoeden van huiselijk geweld of mishandeling. In de praktijk blijkt echter dat er weinig of te laat wordt gemeld. Zo blijkt dat maar 5% van alle meldingen uit het basisonderwijs komt. Dit getal is verontrustend laag, wetende dat in iedere klas een paar kinderen zijn die een onveilige thuissituatie ervaren. Het blijkt dat professionals niet weten hoe om te gaan met die vermoedens, ondanks de meldcode. Een vermoeden van mishandeling of huiselijk geweld heeft ook impact op de professional; het raakt je, kan je machteloos laten voelen of eigen herinneringen oproepen.
In de praktijk blijkt dat het voeren van het juiste gesprek over vermoedens en de daarop volgende besluitvorming veelal alleen gebeurt en er weinig overleg en afstemming plaatsvindt. Terwijl een vermoeden vaak start met een onderbuikgevoel, een signaal van een kind, een opmerking. Juist bij dit soort zaken is afstemming en delen met je collega’s van enorm belang zijn. Wat bij de ene professional een onderbuikgevoel kan bij de ander juist weer geen alarmbelletjes laten afgaan. Het gesprek hierover voeren is van belang, ook om vermoedens vervolgens te kunnen vertalen naar feiten en een duidelijke en begrijpelijke rapportage.
In deze workshop gaan we aan de hand van verschillende speelse werkvormen aan de slag met oordeels- en besluitvorming. Juist bij het maken van zware beslissingen kan het inzetten van speelse werkvormen het zware gevoel een beetje verlichten zodat je vervolgens een gedegen oordeel kan vormen.

Zien!: Sociaal- emotioneel leren door middel van spel
15:30 - 16:30 uur

Med Bert van de Waerdt
Driestar-Educatief

Thema Zien! is een pedagogische leerlingvolgsysteem dat door leerkrachten wordt ingevuld, waarbij het kenmerkende is dat er op grond van de uitkomsten (een profiel op individueel- en groepsniveau) gerichte handelingssuggesties worden gegeven. Hierin staat beschreven hoe leerkrachten de leerlingen kunnen ondersteunen bij hun ontwikkeltaken op sociaal gebied.

Concept:
Zien! gaat uit van twee concepten: Ruimte geven en ruimte nemen en de handelingsgerichte metdhodiek.
Sociaal-emotioneel leren gebeurt in de eerste plaats in de context van een jeugdige. Soms gaat dat vanzelf en soms is er ondersteuning nodig. Deze ondersteuning vindt plaats opgrond van de sensitiviteit en responsiviteit van de professional.

Uitgangspunt:
Zien! wil de professional ondersteunen in het observeren, analyseren en bewust handelen van gedrag van jeugdigen. Niet wat fout is, is uitgangspunt, maar wat al zichtbaar is en wat we de jeugdigen gunnen is de basis.

Pro-actief:
Zien! is niet in de eerste plaats een hulpmiddel wat curatief wordt ingezet. Zien! gaat uit van pro-actief handelen op de zorgbehoefte van de groep én het individu. Zo worden complexe onderwijsbehoeften zichtbaar en hanteerbaar in de dagelijkse context.
De rol van de professional is daarbij curciaal.

Activiteiten:
Zien! ondersteunt de professional in het zoeken en vinden van doel- en contextgerichte activiteiten.
Deze activiteiten heeft Zien! vormgegeven in een 25-tal handelingssuggesties gebaseerd op een leerlijn sociaal-emotionele ontwikkelng. Uitgangspunt zijn vijf ontwikkeltaken en de vijf Zien!-vaardigheden.

Inhoud workshop:
In deze workshop maakt u kennis met het Zien! concept en met twee ontwikkelde spelen om sociaal-emotionele ontwikkelnig van jeugdigen in kaart te brengen en te ondersteunen.

Voor meer informatie: https://www.parnassys.nl/producten/modules/zien

Hoe geef je les over sociale inclusie gericht op het jonge kind op een hogeschool?
15:45 - 16:45 uur

Drs. OLF Spee
Drs. D. Boekestein
Hogeschool van Amsterdam

In het Landelijke Competentieprofiel van de pedagoog staat het bevorderen van sociale inclusie genoemd als 1 van de nieuwe competenties. Maar hoe zorg je ervoor dat de studenten dit in de vingers krijgen?
In een driejarig Erasmusproject is lesmateriaal ontwikkeld voor professionals werkzaam in de wereld van het jonge kind om handvatten te krijgen voor inclusief werken met jonge kinderen. Het gaat hier o.a. om casuïstiek en films van good practices uit verschillende steden in Europa; Kopenhagen, Amsterdam, Ljubjiana en Berlijn. In deze workshop lichten we dit project nader toe en laten we zien hoe al het ontwikkelde materiaal in te zetten is in het werken met de studenten rondom het thema sociale inclusie.

''Opvoeden in beweging''
15:30 - 16:30 uur

Huub Tak
HZ University of Applied Sciences Vlissingen

Sport en vrije tijd zijn belangrijke maatschappelijk thema’s die tevens terug te vinden zijn in de kennisbasis van het profiel sociaal werk – jeugd (spel- en vrijetijdskunde) en in het landelijke opleidingsprofiel pedagogiek (bouwsteen organisatie sociaal werk – jeugd: sport en vrijetijdsbesteding). Door middel van het delen van onze ‘good practice’ nemen wij u mee in de wijze waarop wij hier binnen onze pedagogiekopleiding invulling aan geven.

Aan onze eerstejaarsstudenten bieden wij de leeractiviteit Opvoeden in beweging aan. Het doel bij deze leeractiviteit is dat zij in professionele samenwerking met een aantal medestudenten een preventief georiënteerde beweegactiviteit (sport-/spelactiviteit) voor jeugdigen organiseren en uitvoeren die past binnen het lokale jeugdbeleid, waarbij in de beweegactiviteit onderling respect en verdraagzaamheid centraal staan. Het is de bedoeling dat studenten tijdens de uitvoering van de beweegactiviteit opvallend gedrag signaleren en daar op coachende wijze op inspelen.

Wij nemen u in een uur durende workshop graag mee in de wereld van ‘opvoeden in beweging’. Naast een uitleg over hoe de leeractiviteit in elkaar zit, zult u zelf ervaren wat de rol van bewegen in de opvoeding kan zijn en hoe sociaal-emotionele waarden als verdraagzaamheid en onderling respect middels beweging gerealiseerd kunnen worden.

Voorwaarde voor deelname is dat u blessurevrij kunt bewegen en gemakkelijk zittende kleding draagt. We gaan namelijk bewegen!

Al vechtend meer grip op je leven: de pedagogische waarde van vechtsport
16:00 - 16:45 uur

Dr. Kors Perdijk
Fontys Hogeschool Pedagogiek

Iedereen worstelt in zijn leven met allerhande zaken. Soms gaan we dat gevecht aan, soms uit de weg en soms gooien we de handdoek in de ring. Maar in de huidige meritocratische samenleving wordt verwacht dat iedereen zijn mannetje staat. Wat nu als je als jongere het idee hebt niet aan de eisen van deze meritocratische samenleving te kunnen voldoen en je op verschillende levensgebieden in de knel komt te zitten. Gewoon omdat je opgroeit in omstandigheden die ervoor zorgen dat voor jou de worstelingen net iets groter zijn dan voor anderen.

Juist op deze jongeren, die in gevecht zijn met zichzelf en de wereld om hen heen, heeft vechtsport een grote aantrekkingskracht. De plekken waar jongeren vechtsport bedrijven zijn plekken waar pedagogen (coaches en jongerenwerkers) met jongeren kunnen werken aan een veerkrachtige identiteit. In mei zijn Hogeschool Utrecht, Hogeschool Windesheim, de VU en Fontys samen met partners in het veld gestart met een onderzoek naar de pedagogische waarde van vechtsport. We gaan op zoek naar pedagogische praktijken die vechtende jongeren weerbaarder en veerkrachtiger maken teneinde de maatschappelijke betrokkenheid van deze jongeren te vergroten. De inzichten uit dit onderzoek worden vervolgens geïntegreerd in de opleiding van coaches en pedagogen.

Tijdens deze discussie gaan we in gesprek over hoe we de gevechten in onze levens zijn aangegaan en wat en wie ons daarbij heeft geholpen.

Dag 2

Dat durf jij wel, bewegen in het IAG reflectiemodel!
10:30 - 12:00 uur

MSWI. Rozemarie Spijkerman
NHL Stenden Hogeschool Leeuwarden

De opleiding Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling van NHL Stenden hogeschool draagt al ruim 25 jaar, als een succesvolle schakel bij aan hulpverlening in gezinssystemen.

Het IAG-reflectiemodel is een reflectiemodel wat ontwikkeld is voor de post-HBO-opleiding Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG) van het Kenniscentrum Zorg en Welzijn. De 12-daagse competentiegerichte opleiding leidt professionals op tot kwalitatief goede gezinshulpverleners die kunnen interveniëren in Multi probleemgezinnen. Het IAG-reflectiemodel is een instrument welke een complexe werkelijkheid vereenvoudigd tracht weer te geven en wordt benut bij de reflectie op professioneel handelen. Het is een hulpmiddel om te kunnen reflecteren op het eclectisch handelen als hulpverlener, pedagoog, coach en zo overzicht te houden op veelal complexe hulpvragen en dynamiek in de diverse casuïstiek.

‘Ieder mens is uniek en functioneert in een systeem, als ware als een onderdeel van een machine, een radar in het geheel’.
Hoe groot de problemen in gezinnen ook zijn, door het aanboren van de krachtbronnen, kan nieuw gedrag ontstaan en een keten van positieve verandering.

Het IAG reflectiemodel is een instrument welke tracht bij te dragen aan positieve verandering. Gestoeld op (zelf)reflectie, een belangrijk thema binnen het Sociale domein.
Reflecteren is een voorwaarde om samen met anderen te kijken, met gezinnen, ouders, jongeren, collega’s en praktijkbegeleiding naar hoe eigen handelen en situaties verbeterd kunnen worden. Het IAG-reflectiemodel is een hulpmiddel en biedt houvast bij het gericht en gestructureerd reflecteren.

Het model is fysiek vormgegeven en vervaardigd als intervisiewerkvorm in de vorm van een zogenaamde waaier en kaarten die als grond- en tafelmodel gebruikt worden.

In de workshop maak je kennis met hoe het IAG Reflectiemodel kan helpen om waarnemingen en bevindingen te begrijpen en/of daar betekenis aan te geven, en om terug te kijken of vooruit te kijken op het eigen handelen. Het is een vorm van reflecteren waarin je beweegt over ‘de kaart’ van het IAG reflectiemodel, met als doel om ‘spelenderwijze’ te ontdekken wat werkt!

Een workshop waarin je kunt proeven aan en uitwisselen van kennis en mogelijkheden, ontdekken wat de waarde van het model is. Het model wat generieke ingrediënten bezit en hierdoor het in diverse contexten te benutten valt.

Wij hopen dat je aan het eind van de presentatie nieuwsgierig bent naar meer en de waarde en mogelijkheden van het model binnen je (beroeps)context wilt onderzoeken.

JA, ik durf! Ik speel, ik voel, ik ben!
10:30 - 11:00 uur

Corina Heetebrij
Interaction4harmony

Spel is creativiteit. Spel is je laten gaan. Gaan spelen met een kind voelt soms een beetje ongemakkelijk, wat laat je van jezelf zien en wie kijkt er stiekem mee? Spel is vernieuwend en brengt ontspanning, in spel gebeuren bijna altijd onverwachte dingen. Spel maak je samen en in spel oefenen kinderen vaardigheden voor de wereld om hen heen, voor nu en later. 
Vanuit mijn rol als Floorplayspecialist, gebaseerd op het gedachtengoed van Stanley I. Greenspan, heb ik het voorrecht om regelmatig in mijn werk te mogen spelen. Spel is daarbij het hulpmiddel om een kind met haar of zijn gevoelens te leren omgaan, taal te helpen ontwikkelen en emotionele ideeën vorm te geven. Spel is ook het hulpmiddel om ouders te helpen de taal van een kind te leren begrijpen en hun eigen communicatie daarop af te stemmen. Over het prachtige spel met kinderen is veel te vertellen omdat een kind altijd spel aanvult en er onverwachte wendingen aan geeft. Een kind gebruikt daarvoor zijn eigen ideeën en leefwerelden. Als volwassene zijn wij een groot deel van onze tijd en ons leven bezig vanuit een rationeel bewustzijn. Een kind neemt ons mee door spel in een intuïtief bewustzijn waar je gaat reageren vanuit gevoel en niet alleen vanuit logica. Daar ontwikkelen zich misschien zaken die wij in onze rationele wereld overslaan en vervolgens gaan missen en als tekort in kinderen gaan aanmerken. Wat hebben kinderen ons daarover te leren met hun spel? Mijn spel als ondersteuning aan kinderen, voornamelijk kleuters op een reguliere basisschool, wordt gewaardeerd. Kinderen laten onverwachte groei zien en ontwikkelen zich spontaan op gebieden waar dat niet verwacht wordt. Ondersteuning bieden binnen het basisonderwijs door spel betekent ook jongleren met de verwachtingen vanuit onze maatschappij en hetgeen zich aandient in spel een plek geven. Na jarenlang zelf als leerkracht gewerkt te hebben, observeer ik nu vanaf de zijlijn welke rol wie nou eigenlijk speelt. Regelmatig komt bij mij de vraag op: “Hoe jongleren de leerkrachten met de vele verwachtingen, rollen en taken die zij hebben én met het pedagogische appèl dat kinderen op hen doen? Hoe blijven of komen zij in verbinding met een kind door te ‘zijn’ en niet alleen te ‘doen’?” Deze vragen en de kracht van spel exploreren we in de workshop. Spelenderwijs, want spel maakt verschil voor alle deelnemers: spel helpt kinderen te gaan voelen en groeien in kracht en zelfbewustzijn, en het helpt leerkrachten (en andere volwassenen om het kind heen) om echt in contact te komen met een kind en met de pedagoog in zichzelf.

 

 

Nadenken over het spelen binnen de lerarenopleiding
10:30 - 12:00 uur

Dr. Marco Snoek
MEd. Dion Sondervan
Hogeschool van Amsterdam

Hoe kan het spel van lerarenopleiders bijdragen aan het spelen van studenten?

Kinderen geven aan dat ze spelen omdat het leuk is en het een gevoel van plezier teweegbrengt. Daarnaast is het bekend dat spel al jaren wordt ingezet ter ondersteuning van de ontwikkeling van kinderen (van der Poel & Blokhuis, 2008).
Spelen en leren gaan dus goed samen. Maar gaat dat ook op voor leerlingen in scholen en voor aankomende leraren binnen lerarenopleidingen? In hoeverre is daar nog vrije ruimte om de eigen fantasie en creativiteit de vrije loop te laten?
Als we willen dat leraren kinderen uitdagen om te spelen, moeten we leraren uitdagen om ook zelf te spelen. En moeten lerarenopleiders hun studenten dus uitdagen door vrije (speel)ruimte te creëren.
Maar is die vrije ruimte er wel binnen lerarenopleidingen? Of lijkt het spel van lerarenopleiders en studenten binnen de lerarenopleidingen vooral op een voetbalwedstrijd waarin een scheidsrechter de wedstrijd doodfluit en er weinig ruimte meer is voor de vrije creativiteit en virtuositeit van spelers?

Tijdens deze bijeenkomst van ongeveer 90 minuten willen we met deze metafoor van de lerarenopleiding als speelruimte en met de hierboven genoemde vragen in het achterhoofd stilstaan bij de vraag: Hoe maken we (weer) spelende leraren(opleidingen)?

Achtergrond van deze vraag is de opdracht en uitdaging die we hebben om binnen de HvA een ontwerp te maken voor een nieuwe variant van de lerarenopleiding waarin we de vrije hand krijgen en meer ruimte willen bieden aan zelfsturing van studenten. We willen daar kort iets over vertellen, maar vooral gezamenlijk met elkaar in gesprek gaan om tot creatieve inzichten te komen waarmee we ons eigen onderwijs en pedagogisch handelen kunnen verbeteren. Omdat we het “spel” niet op voorhand willen platslaan of dood maken vragen we je om als een tabula rasa deel te nemen. Tevens kunnen er geen garanties worden gegeven over de uitkomst van de bijeenkomst.
Speel je mee?

De genealogie van de Nederlandse pedagogiek
tussen 10:30 -14:30 uur

Prof. Dr. Andries van der Ark
Universiteit van Amsterdam

Philip Abraham Kohnstamm is misschien wel de belangrijkste grondleggers van de Nederlandse pedagogiek. Als initiatiefnemer van de oprichting van o.a. het Nutsseminarium voor de Pedagogiek (1919), Paedagogische Studiën (1920) en de VBSP (1925) is zijn invloed nog steeds onmiskenbaar groot. Met name zijn wetenschappelijke houding ten aanzien van de pedagogiek was revolutionair. Vaak wordt een wetenschappelijke houding doorgegeven via promovendi: In een meester-gezelrelatie wordt een promovendus (de gezel) opgevoed tot een zelfstandig wetenschapper. De wetenschappelijke houding van de promotor (de meester) is daarbij van groot belang. Kohnstamm had acht promovendi, vijf in de natuurkunde en drie (Langeveld, van Houte en Nieuwenhuis) in de pedagogische wetenschappen. De vraag is in welke mate de wetenschappelijke houding van Kohnstamm via promotor-promovendus relaties bij de huidige lichting hoogleraren pedagogiek terecht is gekomen. Meer specifiek is onze vraag: Welke hoogleraren pedagogiek zijn afstammelingen van Kohnstamm, en wat is de wetenschappelijke herkomst van de hoogleraren pedagogiek die niet van Kohnstamm afstammen?

Andries van der Ark (bijzonder hoogleraar namens de VBSP) en Ernst Mulder (historisch pedagoog) zijn een onderzoek gestart naar de genealogie van de Nederlandse pedagogiek, om antwoord te vinden op bovenstaande vraag. Wetenschappelijke genealogisch onderzoek is niet nieuw. Het Mathematical Genealogy Project (https://genealogy.math.ndsu.nodak.edu/) hebben een zeer uitgebreide website over de genealogische relaties in de Wiskunde, en recent hebben Wijsen, Borsboom, Cabaco en Heijser (2019; https://link.springer.com/article/10.1007/s11336-018-09651-4) een genealogisch verslag van de psychometrie gepubliceerd. Tijdens de presentatie zullen wij verslag doen van de vorderingen van het onderzoek en de meest interessante resultaten presenteren.

Jongeren in overgang naar volwassenheid centraal.
10:30 - 11:00 uur

Dr. Roel van Goor
Hogeschool Inholland, lectoraat Jeugd en Samenleving

Voor veel jongeren is de overgang naar volwassenheid een turbulente tijd. In deze fase van

‘ontluikende volwassenheid’ krijgen jongeren te maken met grote veranderingen en nieuwe
verwachtingen. In deze roerige fase dienen zich nieuwe kansen en ontwikkelingsmogelijkheden aan,
maar hebben jongeren ook een grotere kans om problemen te ontwikkelen; problemen die tot lang in
hun volwassen leven negatieve consequenties kunnen hebben.
Zonder de juiste aandacht en begeleiding lopen jongeren die in deze overgangsfase
moeilijkheden ervaren het risico dat hun volwassen leven begint met een valse start en dat ze
maatschappelijk aan de kant komen te staan. Juist voor jongeren in deze levensfase blijkt echter het
lastig om passende hulp en ondersteuning te bieden. De hoop was dat de drie decentralisaties in het
sociaal domein in 2015 de situatie zouden verbeteren. Maar er zijn talloze signalen die erop wijzen dat
ook gemeenten moeite hebben om ondersteuning te realiseren die aansluit bij jongeren in overgang
naar volwassenheid.
Inmiddels wordt de noodzaak dat het beter moet breed gevoeld, zo blijkt uit de talloze notities
die recentelijk zijn verschenen en initiatieven of werkgroepen die zijn opgericht. Een gedeelde analyse
is dat de jongere het uitgangspunt moet vormen bij het inrichten van hulp en ondersteuning: De
jongere moet centraal staan, zo is het credo. Maar wat betekent dat eigenlijk?
In deze presentatie wordt op grond van eigen onderzoek ingegaan op de volgende vragen:
hoe komt het dat jongeren in het recente verleden kennelijk niet centraal stonden? Waarom is dit juist
voor jongeren die de overgang maken naar een volwassen leven problematisch gebleken? Wat is er
nodig om deze groep ‘centraal te zetten’? En in hoeverre dragen actuele initiatieven daaraan bij?
Op grond van gesprekken met jongeren wordt geconcludeerd dat een relationeel
opvoedperspectief – als onderscheiden van een juridisch, organisatorisch en methodisch perspectief –
op het centraal zetten van jongeren gevraagd is. Vanuit dit perspectief is het vooral en in de eerste
plaats van belang dat er iemand beschikbaar is die vanuit de relatie met de jongere doet wat nodig is.
Het wordt duidelijk dat daar een complexe uitdaging ligt voor uiteenlopende jeugdprofessionals, maar
dat ook een brede maatschappelijke opvoedvisie op en -verantwoordelijkheid voor jongeren in deze
leeftijdsfase vereist is.

Een digitale toolkit voor het trainen van sociale vaardigheden bij kinderen met autisme
10:45 - 11:45 uur

Dr. Janneke Metselaar
Dr. Gijs Terlouw
NHL Stenden Hogeschool Leeuwarden

Voor kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS) is het functioneren in sociale situaties vanwege beperkte sociaal-communicatieve vaardigheden een enorme uitdaging. In het ontwikkelen van vaardigheden om anderen te begrijpen en sociaal contact te onderhouden lopen kinderen met ASS achterstand op. De klinische praktijk voorziet in behandeling om deze sociale vaardigheden te verbeteren door middel van een geprotocolleerd SoVa-trainingstraject. Professionals geven aan dat de door hen aangeboden SoVa weinig effectief is. Recent onderzoek bevestigt dit beeld (Dekker et al., 2016). De transfer van geoefende vaardigheden tijdens de therapie naar dagelijkse situaties verloopt moeizaam. Ook het gemotiveerd blijven voor de training is een punt van zorg. Whyte e.a. (2015) wijzen op de noodzaak om innovatieve vormen van behandeling te ontwikkelen, met de inzet van nieuwe technieken zoals apps, gaming en virtual-reality. Dit sluit aan bij de leefwereld van deze doelgroep, en interventies kunnen ook beter worden toegespitst op de leerdoelen van het individu. Voor kinderen met ASS zijn reeds de nodige digitale middelen ontwikkeld gericht op het stimuleren van de sociale vaardigheden (o.a. Zakari & Simmons, 2014). Er is volgens deze onderzoekers echter geen ‘match’ tussen bestaande digitale toepassingen en niet-digitaal ontwikkelde interventies – met eigen methodische uitgangspunten – die behandelaars reeds inzetten zoals de SoVa training. Dit bemoeilijkt de implementatie van deze toepassingen in bestaande werkprocessen.

Om kinderen met autisme (8-12 jaar) op een leuke en effectieve manier hun sociale vaardigheden te laten oefenen is de afgelopen twee jaar in project SOVATASS gewerkt aan een digitale toolkit met verschillende werkvormen (zoals games) (RAAK-Publiek gefinancierd). Hier deed een breed netwerk van instellingen aan mee vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie (o.a. Accare als initiatiefnemer), het speciaal en regulier basisonderwijs, het kenniscentrum kind- en jeugdpsychiatrie, de NVA, 8D Games en drie hogescholen: NHL Stenden Hogeschool, Hogeschool Windesheim en de Hanzehogeschool.

Met dit – nog verder groeiende- consortium is in de afgelopen anderhalf jaar een prototype digitale toolbox (een Behavior-Change Support-System) ontwikkeld, bedoeld als onderdeel van een SoVainterventie. Dit BCSS bestaat uit een drietal (digitale) toepassingen die een samenhangend geheel vormen, passend bij de doelen en methodische kaders die professionals hanteren. Dit (prototype) BCSS is nadrukkelijk in co-creatie met doelgroep en professionals ontworpen. Hoewel ze nog in ontwikkeling zijn, toont het werkveld veel enthousiasme voor de werkvormen in het BCSS. Ten eerste omdat het duidelijk een urgent probleem adresseert: de groep kinderen met ASS is een belangrijk deel van de clientèle van de betrokken zorg- en onderwijsinstellingen, en hebben vaak lange zorgtrajecten. Ten tweede omdat het nadrukkelijk co-creatief ingestoken ontwerpproces naar de beleving van kinderen en professionals (zorg en onderwijs) tot echt relevante werkvormen leidt. Er zijn goede aanwijzingen dat de ontwikkelde prototypen bovenstaande problemen – lage motivatie en weinig leertransfer – kunnen verminderen.

Tijdens deze creatieve workshop delen we onze ervaringen met het project en kan actief worden kennisgemaakt met de digitale toepassingen.

Landelijke leergemeenschap Jongeren op weg naar volwassenheid
11:00 - 12:00 uur

MSc. Frake Schermer
Hogeschool Inholland, Lectoraat Jeugd en Samenleving

In deze activerende workshop worden opleiders van aanstaande jeugdprofessionals geïntroduceerd in

de landelijke leergemeenschap Plein 16-27 en direct betrokken bij de ontwikkeling ervan.
De workshop bestaat uit vier onderdelen:
a) Welkom op Plein 16-27, een eerste rondleiding
b) Marktkraam beschikbare onderwijsmaterialen (oa casuïstiek, good practices, kennis, opdrachten)
c) Café Pleinzicht, voor gesprekken over wensen, behoeften en meningen van opleidingen
d) Speel-/bouwhoek, samen werken aan onderwijsinnovatie
Achtergrond:
Jongeren van 16 tot 27 jaar worden steeds vaker aangemerkt als specifieke doelgroep in beleid,
onderzoek en de praktijk van sociale professies. Er is toenemende politieke en maatschappelijke
aandacht voor toekomstgerichte zorg en ondersteuning, die over leeftijdsgrenzen en over schotten
tussen sectoren en juridische kaders heen wordt georganiseerd. Opgedane inzichten vinden nog maar
in beperkte mate hun weg naar jeugdopleidingen. Er is behoefte aan actuele en interactieve
onderwijstoepassingen, waarin kennis gecombineerd wordt met praktijkvoorbeelden, om studenten
goed voor te bereiden op het werken met en voor deze doelgroep.
Plein 16-27 maakt actuele kennis uit onderzoek, ervaringskennis van jongeren, inzicht in
beleidsontwikkelingen en casuïstiek uit het werkveld over ondersteuning van jongeren op weg naar
volwassenheid toepasbaar en beschikbaar voor de hbo-opleidingen Pedagogiek en Social Work.
Hierbij worden drie kennisbronnen verbonden – ervaringskennis, vakkennis en onderzoekskennis – en
gebundeld op drie complementaire gebieden:
– Overheid aan zet: Inzicht in het kruispunt van wet- en regelgeving waarop de doelgroep zich
bevindt, relevante ontwikkelingen op het gebied van de transformatie sociaal domein en de
richtlijn toekomstgericht werken met jongvolwassenen.
– Organisaties sociaal domein aan zet: Verkenning van de mogelijkheden voor verschillende
organisaties om doorgaande, integrale en toekomstgerichte ondersteuning te realiseren voor
jongeren die in de fase 18-/18+ vaak de weg kwijtraken tussen verschillende vormen van hulp.
– Professionals en jongeren aan zet: Inzicht in de relatie tussen professionals en de doelgroep, die
zich deels zelfstandig voelt, maar ook nog afhankelijk is en tegelijkertijd geen bevoogding wenst.

Spelen bij afstudeeronderzoek
11:15 - 12:00

PhD. Loes Houweling
MEd. Susan Oosterwijk
Hogeschool Utrecht

We hebben binnen de bacheloropleiding Ecologische Pedagogiek de ervaring dat studenten nogal eens verkrampt raken als ze een onderzoek moeten doen voor hun afstuderen. Ze willen zo graag slagen, dat ze vooral bezig zijn met de vraag of ze het goed genoeg doen in de ogen van de beoordelaars. Binnen een beperkte tijdspanne moeten studenten én een onderzoekbare vraag formuleren én keuzes maken voor de juiste strategie én dat goed uitvoeren én dat ook nog eens goed opschrijven. Die verkramping is jammer want zo kunnen ze niet laten zien dat ze creatief zijn, bewuste keuzes maken en deze kunnen verantwoorden. Daarom hebben we bij twee onderzoeksprojecten van het lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht de methode, vraag en plek vooraf al bepaald. Deze inperking van keuzes blijkt juist uit te nodigen tot meer creatief spel.

Studenten bachelor pedagogiek studeren bij Hogeschool Utrecht af met een eindopdracht. Dit kan een ontwikkelopdracht of een onderzoek zijn. De opdracht moeten zij in de praktijk verwerven. Eén van de mogelijkheden is om in te gaan op onderzoeksopdrachten vanuit een lectoraat. In deze presentatie vertellen we over onze ervaringen met onderzoeksopdrachten vanuit het lectoraat Jeugd, waaraan groepjes studenten mee gedaan hebben. Vooraf is door de onderzoekers een algemene onderzoeksvraag gesteld en ook de methode van onderzoek in grote lijnen bepaald. Het betreft hier narratieve onderzoeksopzetten, met soms een responsief karakter. In één onderzoek hebben ook studenten van de Social Work opleiding van de hogeschool geparticipeerd. De studenten krijgen ‘just in time’ extra workshops over de methodiek en de keuzes die ze daarbinnen nog moeten maken. Ze komen dan vaak met verrassend creatieve oplossingen voor vraagstukken. Ze leveren (meestal) goede afstudeerproducten af en laten een groei in hun onderzoekend vermogen zien. De materialen (verhalen), die het resultaat zijn van hun interviews en analyses zijn over het algemeen zeer bruikbaar voor een meta-analyse door professionele onderzoekers en ook de externe partners zijn tevreden over de opbrengst.

Eén van de sleutels in dit proces blijkt de inperking van alle mogelijkheden om bij een praktijkvraag tot een goede probleemstelling en goede methodische keuze te komen. De grote lijnen worden aangereikt, maar daarbinnen zijn studenten prima in staat om afwegingen te maken. Ondanks, of misschien wel juist dankzij deze begrenzing blijken studenten zich eigenaar van het onderzoek te gaan voelen en daardoor bewuste afwegingen te maken. Ze gaan enthousiast spelen. Tijdens de presentatie gaan we in op de opdrachten aan de studenten en de inhoud en vormgeving van de workshops. Tot slot bespreken we met de deelnemers wat zij zien als belangrijke factoren in onze aanpak en hun eigen ervaringen.

De zoektocht naar bezieling in het onderwijs: ruimte voor verstilling
12:30 - 14:30 uur

MSc. Rochelle Helms
MSc. Werner de Gruijter
Hogeschool van Amsterdam

Deze workshop gaat in op de dominante opvattingen in de
cultuur over opvoeden, onderwijzen en leren. Het westerse onderwijs legt veel focus op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen en studenten. Onderwijs heeft echter ook andere functies, onder andere ten aanzien van identiteitsontwikkeling en burgerschapsvorming. Volwaardig burgerschap vraagt om een ontwikkelde morele autonomie, een kritisch besef van waarden en normen en sociale competenties. Wat is de rol van het onderwijs bij het aanleren van deze kwaliteiten? Wat is jouw verantwoordelijkheid en hoe geef je dat vorm? In deze tijd waarin de prestatiedruk hoog ligt en veel stress wordt ervaren, hoe creëren we ruimte om de bezieling op te zoeken, het creatieve vorm te geven en de ontwikkeling van een moreel besef te stimuleren? De workshop gaat over hoe jij je tot de dominante opvattingen over opvoeden, onderwijzen en leren verhoudt: wat zijn jouw eigen opvattingen over wat goede opvoeding en over wat goed onderwijs is? Dat is een kwestie van moraliteit.

Klaar voor de start!
12:45 - 13:45 uur

PhD. Loes Houweling
MEd. Susan Oosterwijk
Hogeschool Utrecht

Deze workshop is een verhalenworkshop zoals beschreven binnen de responsieve methodologie van Abma en Widdershoven (2006). We gebruiken verhalen uit het onderzoek Startbekwaam, waarin studenten en onderzoekers van het lectoraat Jeugd onderzoek gedaan hebben naar de ervaringen met de overgang van opleiding naar werk. Bedoeling van de verhalenworkshop is om met elkaar te bekijken welke betekenis de verhalen uit dit onderzoek voor ons als opleiders hebben. Tevens gaan we in op de opzet en uitvoering van een dergelijk narratief en responsief onderzoek.

Het onderzoek Startbekwaam
Via diverse kanalen (met name organisaties van buurt-, wijk-, jeugd- of gezinsteams) kwamen vragen over de mate waarin studenten ‘transitieproef’ worden opgeleid. Er waren geluiden dat pasafgestudeerden eigenlijk onvoldoende op de hoogte waren van de transitie. Zij waren onvoldoende voorbereid op de andere houding die de transformatie van professionals vraagt. Daarop doorvragend bleek dat het soms om een gebrek aan specifieke kennis gaat, maar ook dat organisaties meer verwachten van het reflectief vermogen.

Dat niet altijd de juiste kennis paraat is, is geen verrassend geluid en ook niet te voorkomen. Als pedagogiekopleidingen leiden we immers voor heel veel verschillende functies op en het werken in wijkteams (met deze term duiden we alle bovengenoemde varianten aan) is er daar één van. Maar dat het reflecterend vermogen onvoldoende zou zijn, dat is verrassend.

Deze geluiden en vragen leidden tot het onderzoek Startbekwaam van het lectoraat Jeugd van Hogeschool Utrecht, met als hoofdvraag: hoe wordt de overgang van opleiding naar werk in een wijkteam ervaren? We wilden inzicht in hoe deze overgang ervaren wordt door de jonge professionals zelf, hun directe collega’s en leidinggevenden en door opleiders omdat we juist de verschillende perspectieven met elkaar in gesprek wilden brengen. Heel concreet beoogden we met ons onderzoek een gesprek tussen de jonge professionals, mensen van de organisatie en opleiders om met elkaar te bekijken wat er gedaan kan worden om de overgang te verbeteren. Daarom hebben we voor een strategie gekozen die op hoofdlijnen is geïnspireerd op de responsieve methodologie.

14 studenten van de opleidingen Ecologische Pedagogiek, SPH en Social Work van Hogeschool Utrecht hebben in kleine groepjes aan dit onderzoek meegewerkt. Ze hebben in verschillende organisaties (één per groepje) bovengenoemde stakeholders op narratieve wijze geïnterviewd en middels een analyse verhalen over de overgang van studie naar de beroepspraktijk gemaakt en geselecteerd. Vervolgens hebben ze een verhalenworkshop georganiseerd. In die workshop zijn aan de hand van de verhalen met betrokkenen conclusies en aanbevelingen geformuleerd..

Tijdens de workshop Klaar voor de start! verzorgen enkele studenten en de onderzoekers van Startbekwaam een vergelijkbare verhalenworkshop. We gaan in gesprek aan de hand van een selectie van de verhalen en praten door over de aansluiting tussen opleiding en werkveld en hoe we deze aansluiting kunnen verbeteren.

Loop
12:45 - 13:30 uur

MEd. Sylvia Wernaart-Sanders
Fontys Hogeschool Pedagogiek

De impact van muziek op de ontwikkeling van een veerkrachtige identiteit.  
Docent-onderzoeker Sylvia Wernaart-Sanders maakte voor het Lectoraat Opvoeden voor de Toekomst van Fontys Hogeschool Pedagogiek de documentaire LOOP. In deze documentaire, die onderdeel uitmaakt van haar onderzoek, staat de vraag centraal wat de impact is van muziek op de ontwikkeling van een veerkrachtige identiteit. Sylvia schetst vijf muzikale portretten en stelt aan de hand van diepte-interviews de vraag welke muzikale momenten de muzikanten zich herinneren die cruciaal zijn geweest voor hun identiteitsontwikkeling.

Het onderzoek vertrekt vanuit het Talentologisch model dat Maike Kooijmans ontwikkelde voor haar proefschrift ‘Talent van de straat’. Dit model is een doorontwikkeling van het dramaturgisch perspectief dat socioloog Goffman beschreef. Jongeren hebben niet alleen een buitenkant (frontstage), maar hebben ook een binnenwereld (backstage). Om onze binnenwereld te ontdekken is het belangrijk om niet alleen ‘op de set’, maar ook ‘achter de coulissen’ te kijken. Daar spelen allerlei emoties en aspiraties die invloed hebben op onze buitenkant; onze gedragingen en de relaties die we aangaan. In de zoektocht naar je identiteit zijn er vaak spannende momenten die je je kunt herinneren. Ervaringen van verwarring of verwondering die ervoor zorgen dat je anders gaat denken over je toekomst, nieuwe relaties aangaat, een gedragsverandering plaatsvindt of waardoor je anders in het leven komt te staan. Deze momenten kun je vergelijken met een rit in een achtbaan. Wanneer het karretje van de achtbaan omhoog getakeld wordt, volgt er een spannend moment waarop het karretje op het hoogste punt komt. Dát kantelpunt waarop de evenwichtssituatie om kan slaan noemen we een ‘momentum’. Deze kantelpunten, in het Talentologisch model ook wel ‘loops’ genoemd zijn cruciaal voor onze identiteitsontwikkeling en geven inzicht in wat werkt. Hoe kunnen jongeren worden gestimuleerd om een bepaalde loop juist wel of niet te doorlopen en wat is daarvoor nodig op pedagogisch vlak? Kunnen we aan de hand van een talentologische, creatieve interventie jongeren aansporen om het beste uit zichzelf te halen en antisociale verleidingen te weerstaan? Al deze vragen komen aan bod in de documentaire ‘Onder de loop’.

Dit onderzoek valt onder de lijn van de Talentolgie van het Lectoraat Opvoeden voor de Toekomst. Binnen de lijn van de Talentologie wordt onderzoek gedaan naar de pedagogische waarde van spel, sport, kunst en cultuur voor een veerkrachtige identiteitsontwikkeling. Talentologie wil tegenwicht bieden aan de huidige, prestatiegerichte samenleving en pleit ervoor om meer aandacht te besteden aan de emotiehuidhouding en toekomstdromen van onze jeugd door in het alledaagse opvoeden meer het accent te leggen op persoonsvorming en wereldburgerschap in plaats van op meetbare prestaties.

Wanneer is spelen seksueel grensoverschrijdend
13:00 - 14:30 uur

Drs. Judith Kamstra
Chris Kremer
Hogeschool van Amsterdam

Kinderen zijn vanaf hun geboorte seksuele wezens. Daarbij ontdekken ze vanaf de geboorte de wereld en zichzelf spelenderwijs. Ze zijn van nature nieuwsgierig en gaan al snel na hun geboorte hun eigen lichaam en wat hen genot verschaft ontdekken. Vaak vinden volwassenen de manier waarop kinderen hun eigen lichaam en dat van anderen verkennen, lastig. Denk bijvoorbeeld aan een meisje van drie dat masturbeert om in slaap te vallen. Of kinderen die doktertje spelen en daarbij kleren uittrekken en elkaar geslachtsdelen bestuderen.

Dit ontdekken van hun seksualiteit gaat door in de adolescentie. In deze leeftijdsfase staat het ontdekken van de eigen en andermans grenzen, op allerlei dus ook op seksueel gebied, centraal.
Seksueel grensoverschrijdend gedrag kan zich dan manifesteren. Vragen die zich hierbij voordoen zijn dan: (wanneer) is er sprake van vrijwillige seksuele activiteit? Wanneer is er sprake van groepsdruk, erbij willen horen of machtuitoefening?
Hoe kun je als professional seksueel grensoverschrijdend gedrag herkennen, hoe kun je er op reageren en hoe kun je het bespreekbaar maken binnen je team en met studenten?
In deze workshop gaan we op deze vragen in en gaan we op een speelse manier oefenen met het herkennen van en reageren op seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Spelen met Scrum op weg naar een nieuw curriculum
13:15 - 14:00 uur

MEd. Marlot van der Geld
Hogeschool van Amsterdam – opleiding Pedagogiek

Een nieuw curriculum, een nieuw didactisch model, een nieuwe visie, meer studeerbaar, meer uitvoerbaar, minder werkdruk, meer flexibiliteit, meer aansluiting bij het werkveld en meer keuzemogelijkheden. Een jaar nadat de nieuw gevormde curriculumcommissie deze opdracht ontving stond het nieuwe curriculum en zijn ruim 200 studenten van start gegaan met het werken volgens het leerlijnen model. Ruim 50 collega’s draaien momenteel twee curricula naast elkaar om de overgang soepel te laten verlopen en om de studenten de opleiding te bieden waarvoor zij zich hebben aangemeld. De huidige eerste en tweedejaars studenten volgen het nieuwe curriculum, de huidige derde en vierde jaars maken het programma volgens het oude curriculum af.

Met vooral een lach en soms een traan is de afgelopen twee jaar ontwikkeld naast alle dagelijkse bezigheden. Hoe wij dit voor elkaar hebben gekregen? Door te spelen met Scrum.

Scrum is een methode die uitgaat van de principes van Agile werken. Scrum wordt veel gebruikt in de IT sector maar vindt steeds vaker de weg naar andere sectoren. Door stap voor stap te werken en te plannen blijft het projectteam wendbaar en kan je direct inspelen op de weerbarstige praktijk. Door deelproducten op te leveren en continu feedback te vragen van alle belanghebbenden blijft een ieder betrokken en kom je tot een gedragen eindproduct, in dit geval een nieuw curriculum.

Graag delen wij de lessen van het spelen met SCRUM in een presentatie waarin wij jullie laten kennismaken met de methode en hoe je hiermee kan spelen in de onderwijspraktijk!

Leren of spelen: wensen van ouders en ambities van jongeren uit Midden- en Oost-Europa
14:00 - 14:30 uur

Drs. Marieke Kroneman
Haagse Hogeschool, opleiding Pedagogiek

Als het over kinderen en jongeren uit Polen, Bulgarije, Roemenië en andere Oost-Europese landen gaat, krijgt een probleemperspectief al snel de overhand. Zeker als professionals uit onderwijs en zorg aan het woord komen. Gebroken gezinnen, eurowezen, sleutelkinderen zijn een greep uit de problemen die meestal worden beschreven. Ook Poolse ouders in Den Haag tonen zich zeer kritisch over het onderwijs en welzijn van hun kinderen.

Het Lectoraat Grootstedelijke ontwikkeling van de Haagse Hogeschool deed onderzoek naar de eigen beleving van jongeren van 13 – 24 jaar van hun situatie. Den Haag heeft vier scholen met Internationale Schakelklassen en op één daarvan konden we met leerlingen spreken. Andere leerlingen werden via het netwerk van de onderzoekers gevonden. Er zijn uiteindelijk elf jongeren, middelbare school leerlingen en studenten, geïnterviewd. In de interviews vertelden de leerlingen over hun schoolloopbaan vanaf hun komst naar Nederland. Over de redenen van hun ouders om naar Nederland te verhuizen. Over hun eigen reactie daarop. Ze hebben aangegeven met wie en hoe zij hun tijd na school doorbrengen en ze hebben antwoord gegeven op de vraag hoe het met hen gaat. De jongeren laten zien dat zij de migratie ondanks taalproblemen en aanpassingsmoeilijkheden goed hebben doorstaan. Ze zijn over het algemeen tevreden. Ze hebben grote ambities. Ze volgen weliswaar schooltrajecten die ingewikkeld zijn, onder andere omdat zij en hun ouders bij aankomst niet wisten hoe het Nederlandse schoolsysteem in elkaar steekt. De wat oudere tieners die langere tijd onderwijs volgden in het herkomstland verblijven lang in het onderwijs, omdat ze ondanks een intensief taalprogramma in één of twee jaar Internationale Schakelklas hun Nederlands moeten blijven verbeteren na de ISK. Volgens de jongeren zijn leeftijdgenoten die dezelfde taal spreken, een prettige ondersteuning als je nog maar net in Nederland op school zit. Bijna alle jongeren hebben vrienden in Nederland en in het land van herkomst. Skype en Facebook (en andere sociale media) maken het mogelijk om langdurig contact te houden met vrienden die je niet dagelijks ziet. Sommige jongeren hebben een bijbaan (gehad). Ze vinden het fijn om klasgenoten uit eigen land te hebben. Dit biedt veiligheid en vertrouwen, vooral in de eerste jaren.

Sportvrienden: studenten en jeugdzorgjongeren sporten samen
13:30 - 14:30 uur

MSc. Bas van Nierop
Dr. Anna van Spanje
Hogeschool Utrecht

Op basis van gelijkwaardigheid en gedeelde interesses worden jeugdzorgjongeren en studenten aan elkaar gekoppeld om samen te sporten. Tien weken lang volgen ze een gratis sporttraject, enthousiasmeren ze elkaar en halen ze ’t beste in elkaar naar boven. Het sportaanbod is zeer divers: van thaiboksen tot poweryoga en van voetbal tot padel. Na afloop van deze 10 weken vinden focusgroepen plaats om te onderzoeken welke impact het traject heeft op de ontwikkeling van de jongeren en studenten. Het initiatief Sportvrienden is ontstaan doordat we zien dat jongeren wel enthousiast zijn om te sporten, maar volhouden lastig vinden. Door samen de uitdaging aan te gaan, verlagen we de drempel en is de kans van slagen een stuk groter!

Sport en bewegen vormen de basis van het contact tijdens Sportvrienden, maar als het vertrouwen groeit, kan de student zich tot gelijkwaardig voorbeeldfiguur en coach ontwikkelen. Verschillende studies laten zien dat sport een positieve ontwikkeling kan hebben op de ontwikkelen van (kwetsbare) jongeren (Bailey, Hillman, Arent & Petitpas, 2013; Eime, Young, Harvey, Charity & Payne, 2013). De vraag die in het project centraal staat is in hoeverre jongeren en studenten het deelnemen aan Sportvrienden ervaren als meerwaarde in hun leven. Nu twee van de drie trajecten zijn afgerond kunnen we voorzichtig stellen dat velen het deelnemen hebben ervaren als positief. Het opdoen van nieuwe sociale contacten en het ritme van wekelijks sporten draagt bij aan een positieve ontwikkeling. Echter roept het deelnemen ook vragen op over de betekenis van het zijn van een ‘vriend’ en welke verwachtingen dit oproept bij zowel de jongeren als de studenten.

Tijdens onze workshop maak je kennis met de waarde van sport voor jeugdzorgjongeren én studenten. We bespreken verschillende good practices en dilemma’s die tijdens het project naar voren zijn gekomen. Daarnaast ervaren deelnemers zelf wat sport nog meer betekent dan alleen lichamelijke beweging. Aan de hand van praktijkervaring en onderzoek krijg je een kijkje in de complexe, rijke keuken van Sportvrienden.

Congreslocatie

Bilderberg Hotel ‘t Speulderbos

Speulderbosweg 54
3886 AP Garderen
Tel.: 0577-464400

VBSP Kennisfestival 2019

Dagen
Uren
Minuten
Seconde

Deelnemersregistratie

KOSTEN:

2-dagen:         € 595,- per deelnemer 
Alleen dag 1:  € 390,- per deelnemer
Alleen dag 2:  € 340,- per deelnemer

De congreskosten zijn inclusief alle maaltijden en overnachting

* voor Masterstudenten geldt er een speciaal 2-daagse tarief van € 395,-
   (graag Masterstudent invullen bij het voucherveld van de registratie)

Organisatie

VBSP

Marcel Meer (Voorzitter)
Hans de Deckere (Projectleider congres)
Ingrid Schonewille (Secretaris)
Jan Bekker (Penningmeester)
Janneke Metselaar
Lisette van der Poel
Willemieke de Jong

Er is accreditatie aangevraagd bij de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) en Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ).

 

Congresorganisatie

De Vergaderstoel
Daltonstraat 17
3846 BX Harderwijk
Tel.: 0341-843257

Erik Werners
vbspcongres@devergaderstoel.nl

Congreslocatie

Speulderbosweg 54
3886 AP Garderen
Tel.: 0577-464400